Optimisme en pessimisme – Filters waardoor de wereld wordt waargenomen

Optimisme en pessimisme – Filters waardoor de wereld wordt waargenomen

Martin Seligman is een van de grondleggers van de ‘positieve psychologie’. Hij en zijn collega’s van de universiteit van Pennsylvania hebben de gezondheidsverschillen onderzocht tussen mensen met een voornamelijk optimistische kijk op de dingen die hen overkomen en mensen met een voornamelijk pessimistische kijk daarop. Deze twee groepen verklaren de ‘akelige’ gebeurtenissen zoals natuurrampen  bijv. aardbevingen, bosbranden, overstromingen en de persoonlijke akelige dingen zoals  werkloos worden, ziekte, ongeval, afgewezen worden of andere stressvolle gebeurtenissen.

De mensen met een pessimistische kijk denken dat wat ze overkomt hun schuld is en dat de effecten van het gebeurde lang zullen aanhouden en dat het op veel verschillende aspecten van hun leven van invloed zal zijn.  Dit noemen we een ‘attributiestijl’*)  en Seligman noemt dit het ‘het ligt aan mij, dit zal eeuwig duren, het zal alles wat ik doe beïnvloeden’- patroon. In het uiterste geval is deze persoon wanhopig en erg met zichzelf bezig. Dit noemen we doemdenken en leidt tot depressiviteit. Een voorbeeld van deze stijl zou de volgende reactie kunnen zijn wanneer iets niet lukt: ‘zie je wel hoe stom ik ben, dit is het bewijs, ik doe ook nooit iets goed’. Of deze veel gehoorde: ‘lekker weertje vandaag he?’ ‘Ja maar morgen gaat het regenen’. Deze personen gebruiken vaak ‘ja maar…’.

De mensen met een optimistische kijk reageren heel anders op een akelige gebeurtenis. Ze zijn niet geneigd zichzelf de schuld te geven, zien het meer als een tijdelijke gebeurtenis en gaan ervan uit dat er wel een oplossing komt. Ze doen geen algemene uitspraken die de gebeurtenis opblaast. Een voorbeeld van deze stijl zou kunnen zijn: ’nou ik heb er deze keer een zooitje van gemaakt,  maar ik verzin er wel iets op, pas wel iets aan en de volgende keer gaat het fantastisch’.

                                                                                                                                                                            Is het glas vol of leeg?optimisme versus pessimisme
Depressief
Seligman en zijn collega’s hebben aangetoond dat mensen met een pessimistische attributiestijl grotere kans lopen om depressief te worden wanneer ze met een akelige gebeurtenis worden geconfronteerd dan mensen met een optimistisch kijk. Ook hebben pessimisten meer kans op lichamelijke symptomen, hormonale veranderingen  en veranderingen in het immuunsysteem die de vatbaarheid voor ziekten vergroot. In een onder kankerpatiënten uitgevoerd onderzoek hebben deze wetenschappers aangetoond dat hoe pessimistischer de attributiestijl van de patiënt was, des te eerder deze stierf.

De algemene conclusie van  Seligman is dat het niet de wereld is die onze kans op ziekte vergroot maar de manier waarop we kijken naar wat ons overkomt.  Een uitermate pessimistische patroon schijnt schadelijke gevolgen te hebben en kan leiden tot ziekte en eerder overlijden. Een optimistische kijk op stressrijke gebeurtenissen lijkt te beschermen tegen depressiviteit, ziekte en vroegtijdige dood.

*) Attributiestijl: de wijze waarop mensen het gedrag van zichzelf en van anderen verklaren in termen van oorzaak en gevolg, en hoe dit van invloed is op hun motivatie, denken en handelen.  Onderscheiden wordt externe (buiten zichzelf plaatsen) en interne attributie (op zichzelf betrekken). Dit is een beknopte uitleg, er is nog zoveel meer over attibutiestijl te vertellen.

**) Bron: gezond leven met mindfulness – J. Kabat Zinn

Hoe word je nu een optimist?
De grote vraag is nu natuurlijk: stel dat je een pessimist bent of neigt naar een pessimistische kijk op gebeurtenissen, kun je dat ombuigen naar optimisme en zoja, hoe doe je dat?
Veel pessimisten zijn zich niet bewust van hun pessimistische aard. De eerste stap om bewust te kijken naar je eigen denkpatroon.
Een negatieve gedachte trekt meerdere nieuwe negatieve gedachten aan. Wie zich hiervan bewust is, kan zijn gedachten uitdagen, bijvoorbeeld met deze vragen:

·         Vergaat de wereld door deze gebeurtenis?

·         Als ik het van de andere kant bekijk, hoe ziet het er dan uit?

·         Wat is het probleem hier en nu?

·         Verwar ik een gedachte met een feit?

·         Trek ik te snel conclusies?

·         Ga ik er vanuit dat mijn visie op situaties de enige mogelijkheid is?

·         Helpen deze gedachten mij?

Er zijn veel meer vragen te bedenken. Met het G-schema leer je hoe je je gedachten ten aanzien van een gebeurtenis  kunt verleggen van intern naar extern. Je leert je gedachten uit te dagen en je gaat beseffen dat je jouw denk patroon kunt ombuigen naar een optimistische.

 
Comments

No comments yet.

Leave a Reply